Soms komt er een vraag voorbij die op het eerste gezicht eenvoudig lijkt, maar in de praktijk een wereld aan complexiteit opent. Dat we biest kunnen meten, staat vast. Maar de vraag die er écht toe doet: hoeveel grip hebben we er eigenlijk op? Biest is de basis voor de start van iedere big. Het is de eerste bron van energie en antistoffen en daarmee direct bepalend voor gezondheid, groei en overleving. Wie grip krijgt op biest, krijgt grip op de diergezondheid én dus op het rendement van het bedrijf.
Binnen Pig Pioneers Platform (PPP) pakken we dit soort vraagstukken niet theoretisch aan, maar juist praktisch en samen met ondernemers en organisaties. We brengen verschillende expertises bij elkaar en kijken samen wat er vandaag al mogelijk is. Zo is het al jaren mogelijk om biggen te wegen, maar ook de kwaliteit van biest te meten met een BRIX-meter. Dit geeft inzicht in het totale eiwitgehalte, maar brengt ook voeding en water goed in beeld.
Toch merken we dat daarmee nog niet het hele verhaal wordt verteld. Er zijn namelijk invloeden die minstens zo bepalend zijn, maar zich niet eenvoudig laten vangen in een meting. Denk aan stress bij de zeug of de big, of aan managementkeuzes die per bedrijf verschillen. Juist deze factoren hebben invloed op de opname van biest en de hoeveelheid antistoffen die een big meekrijgt. En precies daar wringt het: we weten dat deze factoren een belangrijke invloed hebben, maar we kunnen het nog niet objectief beoordelen.
Dat is het punt waarop veel vraagstukken zouden stoppen. Omdat het te complex wordt, of omdat het antwoord niet direct voorhanden is. Wij zien dat anders. Voor ons begint daar juist de innovatie. De vraag verschuift dan van “wat kunnen we nu nog niet meten?” naar “hoe gaan we dit wél inzichtelijk maken?”. En daar ontstaat beweging. Denk aan het automatisch wegen van biggen met cameratechnologie, gecombineerd met AI. Niet één momentopname, maar continu en objectief inzicht in groei per dier. Of het meten van omgevingsfactoren zoals luchtkwaliteit, temperatuur en stalcondities, om zo indirect grip te krijgen op stress en dierwelzijn.
Door al die datastromen met elkaar te verbinden, ontstaat stap voor stap een completer beeld. Niet alleen van de biest zelf, maar van het hele systeem eromheen. En uiteindelijk draait het om één cruciale vraag: Kunnen we biggengezondheid hiermee nog verder verbeteren?
Onze overtuiging is van wel. Alles wijst erop dat er een duidelijke relatie is tussen een goede biestopname en latere prestaties. Een betere start betekent minder uitval, een efficiëntere groei en een betere diergezondheid. Als je dat inzichtelijk en stuurbaar kunt maken, verandert meten van een kostenpost in een strategisch instrument.
De verwachting is dan ook dat het meten van biest, in welke vorm dan ook, binnen tien jaar gemeengoed wordt in de sector. Niet als losse meting, maar als onderdeel van een breder datagedreven systeem waarin dier, omgeving en management samenkomen.
De weg daarnaartoe is er één van proberen, leren en doorontwikkelen. Geen rechte lijn, maar een proces van vallen en opstaan. Precies daar ligt de kracht van samenwerking. Want dit soort innovaties ontstaan niet alleen achter een bureau, maar in de praktijk. Samen met ondernemers die vooruit willen kijken en bereid zijn om nieuwe stappen te zetten.
De vraag is dus niet óf we biest kunnen meten. De echte vraag is: hoe krijgen we grip op biest en hoe gaan we die inzichten benutten om de sector verder te brengen?
Wil je sparren over dit biestvraagstuk of onderzoeken wat dit voor jouw bedrijf kan betekenen? Neem dan contact met ons op en bouw mee aan de volgende stap in de varkenshouderij.