De mestuitdaging is misschien kleiner dan we denken⦠Want wanneer we het over mest hebben, denken we vaak direct aan een probleem. Overschotten, regelgeving, verwerking en kosten domineren het gesprek. Maar wat als we mest eens vanuit een ander perspectief bekijken?
Voor mensen hebben we namelijk een indrukwekkend systeem ontwikkeld om mest en urine af te voeren en te verwerken. Via rioleringen en rioolwaterzuiveringsinstallaties verdwijnt alles vrijwel geruisloos uit beeld. Niemand stelt daarbij de vraag of menselijke uitwerpselen een probleem vormen. Het systeem is geaccepteerd, georganiseerd en onderdeel van onze samenleving. Voor dieren ligt dat anders.
Mest is geen afval, maar voeding
De mest van onze landbouwhuisdieren bevat waardevolle elementen zoals stikstof, fosfaat, kalium en organische stof. Precies de bouwstenen die planten nodig hebben om te groeien. In feite produceren onze dieren geen afval, maar grondstoffen.
Toch wordt dierlijke mest vaak benaderd als een restproduct dat moet worden afgevoerd. Dat roept de vraag op: kijken we wel op de juiste manier naar de uitdaging Wanneer we de beschikbare infrastructuur en verwerkingscapaciteit in Nederland naast elkaar leggen, ontstaat een opvallend beeld.
Een kwestie van schaal
Een gemiddelde Nederlander produceert jaarlijks 43 tot 47 kubieke meter afvalwater. Met ruim 18 miljoen inwoners betekent dit dat de Nederlandse rioolwaterzuiveringsinstallaties jaarlijks ongeveer 810 miljoen kubieke meter afvalwater verwerken. Ter vergelijking: de totale hoeveelheid varkensmest in Nederland bedraagt ongeveer 8 miljoen kubieke meter per jaar.
Dat betekent dat wanneer de Nederlandse rioolwaterzuiveringsinstallaties theoretisch slechts 1% extra verwerkingscapaciteit zouden hebben, de volledige hoeveelheid varkensmest in volume verwerkt zou kunnen worden. Deze vergelijking laat zien dat de uitdaging misschien niet zozeer zit in de hoeveelheid, maar vooral in de manier waarop we de aanwezige nutriƫnten en organische stoffen benutten.
Opwaarderen in plaats van afvoeren
De varkenshouderij beschikt over een unieke stroom aan waardevolle elementen. In plaats van deze uitsluitend te zien als een kostenpost, kunnen we kijken naar mogelijkheden om deze verder op te waarderen. Denk aan:
- Het terugwinnen van stikstof en fosfaat.
- Het produceren van hoogwaardige meststoffen.
- Het sluiten van kringlopen tussen stad en platteland.
- Het koppelen van mestverwerking aan bestaande infrastructuren.
- Het creƫren van nieuwe verdienmodellen rondom nutriƫnten en circulaire landbouw.
De vraag is dan niet langer hoe we van mest afkomen, maar hoe we de waarde ervan maximaal benutten.
Denken in kansen
De maatschappelijke discussie rondom mest richt zich vaak op beperkingen. Maar innovatie ontstaat juist wanneer we bestaande systemen opnieuw bekijken. Als we menselijke uitwerpselen kunnen verwerken binnen een robuuste infrastructuur, waarom zouden we dierlijke mest dan uitsluitend als probleem blijven zien?
Misschien ligt de grootste kans voor de toekomst van de varkenshouderij niet in het verminderen van mest, maar in het slimmer benutten van de waardevolle elementen die erin zitten.
Want uiteindelijk is mest niet alleen mest. Het is een grondstof voor de volgende generatie circulaire landbouw.